Op de laatste dag van januari werd in het KMS gewerkt aan de laatste compromissen. Na veel getouwtrek lijkt ons land eindelijk in staat een regering te vormen. De nieuwe ploeg zal op meerdere gevoelige thema’s duidelijke breuklijnen trekken met de vorige: wie bijdraagt, hoeveel pensioenen worden uitgekeerd, waar wordt geïnvesteerd en waar hervormingen noodzakelijk zijn. En dat net op tijd. België staat op de strafbank van de EU vanwege het torenhoge begrotingstekort. We kregen al enkele uitstelregelingen, maar veel extra tijd konden we ons niet meer veroorloven. Als de onderhandelingen gisteren waren mislukt, had Europa waarschijnlijk strengere maatregelen opgelegd om ons terug op het juiste fiscale pad te dwingen. Dit zou pijnlijker geweest zijn dan gewenst.
Maar goed, we zijn vertrokken. Een nieuwe federale regering betekent een frisse start en de kans om eindelijk te beginnen met ondernemen, bouwen en innoveren. Althans, dat is de bedoeling. De eerste reacties schetsen echter een ander beeld. Kritiek overheerst. Open VLD schiet de meerwaardebelasting af, en ABVV dreigt al met stakingsoproepen uit vrees voor inperkingen van sociale rechten.
De scherpe reactie van Open VLD is makkelijk te verklaren. Sinds de verkiezingen opereren ze in oppositiemodus en schieten ze op alles wat de regering naar voren schuift. Ironisch genoeg zou het regeerakkoord nauwelijks anders hebben uitgezien als Open VLD had deelgenomen aan de coalitie. Hun kritiek klinkt dus behoorlijk dubbelzinnig: ze verwerpen nu wat ze anders grotendeels hadden gesteund.
Ook de reactie van het ABVV is begrijpelijk als je de context kent. De nieuwe topman staat nog maar net aan het roer en wil zich profileren als een sterke speler. Wat is een betere manier om dat te doen dan meteen de barricades op te gaan bij de start van een nieuwe regering? Zijn zorgen over pensioenen en sociale rechten zijn terecht—er wordt inderdaad geraakt aan verworven voordelen. Maar wat ik niet begrijp, is dat hij blind lijkt voor de bredere context: zonder ingrepen stevenen we af op een onhoudbare situatie. De vergrijzingsgolf maakt ons pensioenstelsel onbetaalbaar. Wie écht begaan is met sociale bescherming zou eerder tevreden moeten zijn dat er nu stappen worden gezet om de betaalbaarheid en duurzaamheid te verzekeren.
Als ik zelf ook kritisch wil zijn op dit akkoord kan ik ook wat punten aanhalen. De formatie duurde veel te lang. Er had sneller geschakeld kunnen worden als de sterke karakters aan de onderhandelingstafel inzagen dat snelheid soms meer oplevert dan eindeloos onderhandelen over details.
Daarnaast ontbreekt het teamgevoel. De particratie vierde hoogtij bij de aankondiging op sociale media. Elk partij deelde beelden van hun kopstukken, alsof zij alleen verantwoordelijk waren voor het akkoord. Er hing een sfeer van “partij tegen de rest”. Enkel Les Engagés leek door te hebben dat dit een belangrijke stap voor België is; hun post met een wapperende Belgische vlag symboliseerde eenheid. Hopelijk beseffen alle partijen snel dat een land besturen een teamspel is, geen zero-sum-game.
Bij mijn kritiek wil ik wel iets toevoegen wat ik bij anderen veel te vaak mis: nuance. Dit akkoord zal nooit perfect zijn—dat bestaat niet. Het is een compromis, een poging om verschillende stemmen samen te brengen in een realistisch beleid. Gezien de financiële uitdagingen en de maatschappelijke veranderingen waarmee Europa worstelt, lijkt dit bestuursakkoord een heel degelijk antwoord.
Bovendien vormt deze regering aan zowel Waalse als Vlaamse kant een meerderheid, iets wat we in recente tijden zelden zagen. Dit biedt een unieke kans om te hervormen en stevig beleid te voeren. Over een paar jaar weten we of Bart De Wever deze uitdaging aankan. Wat we nu al zeker weten: de teerling is geworpen.
Leave a Reply